Over Oostwaard » Blog Kunstrecht » Omtrent eigendom » Collectie-Luigies blijft bij gemeente Papendrecht, claim erfgenaam afgewezen

Collectie-Luigies blijft bij gemeente Papendrecht, claim erfgenaam afgewezen

Gepubliceerd op 25 april 2012 om 12:18

Op 7 maart 2012 heeft de rechtbank te Dordrecht eindvonnis gewezen in de zaak van de Collectie-Luigies. De voorwerpen in de collectie zijn afkomstig uit de nalatenschap van Nanne Harm Luigies (1904-1977), een fervent kunstverzamelaar, die tijdens zijn leven een gevarieerde en waardevolle collectie schilderijen, sculpturen en Chinees en ander porselein en aardewerk aanlegde.

 

Haagse School en Cobra zijn goed vertegenwoordigd, de laatste met schilderijen van Karel Appel en litho's van Corneille en Pierre Alechinsky. Verder is er werk van Dolf Henkes en Floris Arntzenius, er is een voorstudie van Kees van Dongen, een ets van Chagall, litho's van Toulouse-Lautrec. Pronkstuk van de collectie is een aantal schilderijen van Jan Sluijters.

 

Mevrouw Damstra-Visser, erfgenaam van Luigies, trachtte de schenking van de Collectie-Luigies aan de gemeente Papendrecht uit 1972 ongedaan te maken. De rechtbank wees de vordering af en heeft de schenkingsvoorwaarden in het voordeel van de gemeente Papendrecht aangepast. De uitspraak toont het belang aan van een zorgvuldig opgestelde schenkingsakte bij schenking van kunst.

Feiten en procesverloop
De Collectie-Luigies bestaat onder meer uit ruim 500 schilderijen. Luigies, rijk geworden als leverancier van consumptiegoederen aan passagiersschepen, schonk zijn kunstcollectie in 1972 geheel aan de gemeente Papendrecht, waar hij woonde in de bungalow "De Rietgors".

Bij leven van Luigies bevond de kunstcollectie zich in de bungalow van Luigies. Na het overlijden van Luigies is de kunstcollectie ondergebracht in het museum de Rietgors te Papendrecht. In 2001 sloot de gemeente het museum wegens geldgebrek. Daarna is de kunstcollectie opgeslagen in de depotruimte van het museum.

In 2005 bleek dat een deel van de kunstcollectie aangetast was door vocht, zilvervisjes en schimmel. De gemeente heeft zich vervolgens beraden over de toekomst van de collectie. Diverse aangedragen oplossingen stonden evenwel op gespannen voet met de schenkingsvoorwaarden die Luigies in een drietal akten uit 1972, 1977 en 1979 had neergelegd. Luigies bepaalde destijds, kort samengevat, dat de collectie intact moet blijven en in Papendrecht te bezichtigen moet zijn.

In 2009 heeft mevrouw Damstra-Visser, erfgename van Luigies, de gemeente Papendrecht in gebreke gesteld. Zij stelde dat de gemeente toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van de schenkingsvoorwaarden door de collectie niet goed te bewaren, niet goed te beheren en niet binnen de gemeente Papendrecht tentoon te stellen. In februari 2010 heeft mevrouw Damstra-Visser beslag doen leggen op de kunstcollectie, en nadien heeft zij de ontbinding van de schenkingsovereenkomst ingeroepen.

Damstra-Visser eiste in de onderhavige bodemprocedure tegen de gemeente Papendrecht:

(a.) een verklaring voor recht dat de schenking uit 1972 is / wordt ontbonden,

(b.) levering van de kunstvoorwerpen, en

(c.) schadevergoeding in verband met de waardevermindering van de collectie (door schade en het ontbreken van enkele voorwerpen).

 

De gemeente, op haar beurt, eiste in reconventie, met een beroep op artikel 6:258 BW (onvoorziene omstandigheden), wijziging van de schenkingsovereenkomsten in die zin dat de kunstcollectie naast Papendrecht ook mag worden ondergebracht in een "state of the art" opslagfaciliteit in Dordrecht (aan de overzijde van de rivier).

Uitspraak
De rechtbank overwoog in een tussenvonnis van 18 mei 2011 (LJN BQ4771) reeds (r.o. 7.2) dat de bepalingen van de wederkerige overeenkomsten (waaronder de ontbindingsregeling) in beginsel van overeenkomstige toepassing zijn, ook al handelt het in casu om een schenking. Immers, tegenover de schenking heeft de gemeente Papendrecht zich verplicht tot koop van De Rietgors, alsook tot het bewaren, beheren en tentoonstellen (van welke omvang ook) van de collectie.

 

De rechtbank (r.o. 7.3) in het tussenvonnis:

"Beoordeeld moet worden of sprake is van een tekortkoming en zo ja, of deze de ontbinding rechtvaardigt. De aard van de overeenkomst kan van invloed zijn op de beantwoording van de vraag of de tekortkoming voldoende ernstig is om ontbinding te rechtvaardigen. In dit geval is van belang dat de schenking van Luigies niet een schenking was aan een willekeurige particulier, maar specifiek aan de gemeente met de kennelijke bedoeling om de kunstcollectie te behouden voor de lokale gemeenschap, zij het met dien verstande dat het de gemeente Papendrecht wel is toegestaan een aan- en verkoopbeleid te voeren teneinde de kunstcollectie (verder) te verduurzamen."

Het feit dat de gehele collectie niet permanent tentoongesteld is, levert geen tekortkoming op van de gemeente, aldus de overwegingen van de rechtbank (r.o. 7.5) in het tussenvonnis van 18 mei 2011. Een verplichting tot permanente tentoonstelling van de gehele collectie is immers niet vastgelegd in de schenkingsaktes. Verder overwoog de rechtbank (r.o. 7.6 en 7.7 dat het verdwijnen van een deel van de collectie en het niet goed zorgen voor goede opslag in beginsel een tekortkoming kan opleveren. In het tussenvonnis droeg de rechtbank de gemeente Papendrecht op informatie in het geding te brengen over de aankopen, de verdwenen werken en over maatregelen tot herstel- en preventie van schade aan de collectie. In dat verband overwoog de rechtbank nog (r.o. 7.7) dat uit de schenkingsaktes niet blijkt dat de wijze van beheer moest voldoen aan de hoogste eisen die daar redelijkerwijs aan gesteld kunnen worden, zoals opslag onder de destijds voor musea geldende condities.

In het eindvonnis van 7 maart 2010 (LJN BV8014) heeft de rechtbank naar aanleiding van nadere stukken van de gemeente en adviezen overwogen dat de gemeente zich van haar verplichtingen onder de schenkingsakten heeft gekweten. De rechtbank merkt daarbij op (r.o. 2.2) dat de administratie weliswaar niet zodanig is ingericht dat inzichtelijk is welke aankopen zijn gepleegd met welke verkoop-opbrengsten, maar de schenker heeft die plicht niet opgelegd. De verkoop van de etnografische en keramische collectie getuigden niet van een onjuist beleid, aldus de rechtbank. Voor de ontbrekende voorwerpen heeft de gemeente adequate rekening en verantwoording afgelegd, aldus nog steeds de rechtbank (r.o. 2.3). Verder overwoog de rechtbank dat de gemeente met betrekking tot de opslag van de collectie niet is tekortgeschoten in haar verplichtingen. Ook topmusea als Boijmans van Beuningen bleken verrast te zijn geworden door de toename van insecten, zoals zilvervisjes, in opslagplaatsen voor kunst. De rechtbank achtte voldoende aangetoond dat andere schade te wijten was aan minder gelukkige keuzes van de kunstenaar, en het feit dat de werken bij schenking al niet in perfecte staat verkeerde.

De rechtbank honoreerde in reconventie het beroep van de gemeente op onvoorziene omstandigheden en wijzigde de schenkingsakten, in die zin dat het de gemeente is toegestaan de collectie in Dordrecht te mogen opslaan in plaats van in Papendrecht. Daarbij achtte de rechtbank onder meer van belang dat Dordrecht geografisch dichtbij is, dat in Dordrecht recentelijk een kwalitatief hoogwaardige opslagruimte voor kunst heeft laten bouwen en dat de schenkingsbepalingen de gemeente Papendrecht niet verplichten om de kunstcollectie permanent ten toon te stellen.

Commentaar Oostwaard
Uit de overwegingen van de rechtbank kan worden afgeleid dat het opstellen van een zorgvuldige schenkingsakte loont. Een aantal mogelijk voor schenkers essentiële voorwaarden waren in de schenkingsaktes van Luigies niet expliciet opgenomen: (a.) de frequentie en omvang van tentoonstellingen, (b.) kwaliteit van de opslag en (c.) rekening en verantwoording in het kader van de aan- en verkoopbeleid. Mogelijk zijn de afspraken destijds niet "dichtgetimmerd" omdat Luigies kon vermoeden dat de kunstenaar, Ari Mouthaan, die ook nauw betrokken was bij de opbouw van de collectie, de collectie zou blijven beheren. Dat is ook gebeurd, hij bleef uiteindelijk 22 jaar aan als conservator. Hoe dan ook, bij het schenken van kunst kan het lonen om uitgebreide voorwaarden op te leggen aan de ontvangende partij om meer zekerheid te hebben dat het beheer van de collectie blijft voldoen aan de wensen van de schenker.

 

Link naar tussenvonnis (opent in een nieuw venster)

Link naar eindvonnis (opent in nieuw venster)

 

Auteursrecht: Deze bijdrage is onderzocht, geschreven en gepubliceerd voor de Blog over Kunstrecht van Oostwaard via oostwaard.com/kunstrecht. Het auteursrecht op deze bijdrage berust bij Oostwaard. Het is, anders dan het delen of plaatsen van een link naar de bijdrage, niet toegestaan deze bijdrage (al dan niet in bewerkte vorm) te verveelvoudigen en/of openbaar te maken, behoudens schriftelijke goedkeuring door Oostwaard. Het is niet toegestaan het materiaal te gebruiken in een context waarvoor deze niet bedoeld is. De gebruiker vrijwaart Oostwaard voor eventuele aanspraken van derden naar aanleiding van gebruik van het betreffende materiaal.