Over Oostwaard » Blog Kunstrecht » Kunst kopen » Veilinghuis niet schadeplichtig voor lage verkoopopbrengst van “duurste tapijt ter wereld”

Veilinghuis niet schadeplichtig voor lage verkoopopbrengst van “duurste tapijt ter wereld”

Gepubliceerd op 8 april 2014 om 14:49

In 2009 bracht iemand een Perzisch tapijt naar een veilinghuis in Augsburg, Beieren. Hij wilde het verkopen.  Er werd een schatting gedaan van € 900,=.


Het was een lokaal veilinghuis zonder specifieke kennis en was dus geen specialist in de verkoop van tapijten. Het veilinghuis beoordeelde het tapijt en stelde aan de hand van vakliteratuur de herkomst en ouderdom vast. Zij deed navraag bij een haar bekende tapijthandelaar over de richtprijs ter veiling. Die werd gesteld op € 900,=. Het tapijt werd aangeboden als een antiek Perzisch tapijt bedoeld voor een verzamelaar. Op 9 oktober 2009 werd het tapijt verkocht voor € 19.500,=. Een mooie opbrengst, zal de verkoper in eerste instantie hebben gedacht.

 

Maar het was de koper die goede zaken deed. Enige maanden later werd hetzelfde tapijt aangeboden ter veiling bij Christie’s in Londen. De richtprijs was £ 200.000,-- tot £ 300.000,--. In de catalogus van Christie’s werd het tapijt beschreven als een zogenaamd Vasentapijt uit Kirman (een streek in zuid-oost Iran). Het betrof een tapijt waarvan in 1939 in een boek over Perzische tapijten een afbeelding was afgedrukt. Het tapijt werd op 15 april 2010 verkocht voor £ 6,2 miljoen (ongeveer € 7,2 miljoen). 

 

De inbrenger bij het lokale Augsburgse veilinghuis heeft in twee instanties tevergeefs getracht schadevergoeding te krijgen van het veilinghuis. Het OberLandesGericht in München oordeelde in haar uitspraak van 20 maart 2014 dat het bij de vaststelling van de (schade)verplichtingen van het veilinghuis erom gaat of het veilinghuis de zorgvuldigheid heeft betracht die van haar als zogenaamd “varia-veilinghuis” kan worden verwacht. Dus niet die van een expert. Het Gerecht concludeert dat het veilinghuis haar verplichtingen met betrekking tot bezichtiging, waardering en catalogusbeschrijving van het tapijt niet verzaakt heeft.

 

Het Hof vond dat wat het veilinghuis had gedaan ter vaststelling van herkomst en ouderdom voor haar genoeg was. Meer kon men van haar als algemeen lokaal veilinghuis niet verwachten. Er waren geen concrete aanwijzingen geweest om aan te nemen dat het kleed exceptioneel was. Het tapijt en de knooptechniek als zodanig hadden ook niet anders hoeven doen vermoeden. Het boek waarin het tapijt gepubliceerd was, behoefde het veilinghuis, als algemeen veilinghuis, niet te kennen. Het veilinghuis had bij gebreke van contra-indicaties verder geen expert in de arm hoeven te nemen. Het Hof stelt vast dat er weliswaar jurisprudentie bestaat dat richtprijs en werkelijke prijs wel in verhouding moeten staan tot elkaar maar dat dit niet voor dit geval gold waarin het veilinghuis ervan uit mocht gaan dat alleen kenners boven de catalogusprijs uit zouden bieden. Ook de interesse in het tapijt ter veiling had het veilinghuis niet tot het oordeel dienen te leiden dat de inschatting van de waarde fout of te laag was. 

 

Het Hof stelt vast dat het tapijt voldoende geëxposeerd is geweest voor de veiling. De omschrijving was niet fout, weliswaar wat kort en wat vaag, maar dergelijke omschrijvingen zijn voor algehele veilinghuizen gangbaar. Bovendien was het tapijt omschreven als Perzisch en antiek; ook nog als verzamelstuk. Het veilinghuis had ook geen verplichting gehad om de eigenaar naar een meer gespecialiseerd of groter veilinghuis te verwijzen.

 

Commentaar Oostwaard

Deze uitspraak is enigszins in lijn met andere jurisprudentie dat van een expert mag worden verwacht dat hij functioneert zoals andere experts. Is hij een generalist dan wordt er geen specialistische kennis vereist. Hij moet een opinie geven zoals die ook door zijn collega’s kunnen worden afgegeven. Bij deze uitspraak wordt dan voor wat betreft veilinghuizen nog het onderscheid gemaakt of men lokaal opereert, dan wel op een ander vlak waarbij meer specialistische kennis mag worden verondersteld. Een eigenaar selecteert zelf de plaats van verkoop van zijn goederen en daarom is hij in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor zijn daden. Echter, waar de grens ligt, namelijk waar van een veilinghuis mag worden verwacht dat zij doorverwijst, is een kwestie die in de toekomst door middel van jurisprudentie duidelijk moet worden. Er is immers ook wat voor te zeggen dat degene die tapijten verkoopt toch eigenlijk behoort te weten wat hij verkoopt. Het risico ligt nu wel erg eenduidig bij de eigenaar. Je zou je af kunnen vragen of dit soort risico’s niet verzekerbaar zijn c.q. dienen te zijn.  

 

 

Auteursrecht: Deze bijdrage is onderzocht, geschreven en gepubliceerd voor de Blog over Kunstrecht van Oostwaard via oostwaard.com/kunstrecht. Het auteursrecht op deze bijdrage berust bij Oostwaard. Het is, anders dan het delen of plaatsen van een link naar de bijdrage, niet toegestaan deze bijdrage (al dan niet in bewerkte vorm) te verveelvoudigen en/of openbaar te maken, behoudens schriftelijke goedkeuring door Oostwaard. Het is niet toegestaan het materiaal te gebruiken in een context waarvoor deze niet bedoeld is. De gebruiker vrijwaart Oostwaard voor eventuele aanspraken van derden naar aanleiding van gebruik van het betreffende materiaal.