Over Oostwaard » Blog Kunstrecht » Kunst kopen » Transparantie bij intermediairs in de kunsthandel (noot op Accidia Foundation vs Simon C. Dickinson)

Transparantie bij intermediairs in de kunsthandel (noot op Accidia Foundation vs Simon C. Dickinson)

Gepubliceerd op 26 augustus 2013 om 09:54

Eigenaren die hun kunstvoorwerpen willen verhandelen doen dat via een veiling of bij een kunsthandelaar. Een vorm van verkoop is om goederen ter verkoop “in consignatie” te geven.

 

De kunsthandelaar ontvangt dan voor zijn diensten een beloning (“commissie”). De High Court in Londen heeft op 26 november 2010 een interessante uitspraak gedaan hoe een kunsthandelaar zich ten opzichte van zijn inbrenger heeft te gedragen. Transparantie van afspraken staat daarbij centraal. Het gebrek daaraan kwam de kunsthandelaar in kwestie duur te staan. Hij moest van een door hem als commissie beschouwd bedrag alsnog ongeveer USD 800.000,= aan de verkopende eigenaresse van het kunstwerk afdragen. Een waarschuwing voor kunsthandelaren die werken in een wereld waar koper en verkoper elkaar niet plegen te ontmoeten, laat staan elkaars naam horen.

 

Feiten

De eigenaresse van een tekening van Leonardo Da Vinci, een in Liechtenstein gevestigde Stichting, (“de verkoper”), had in 2006 het plan opgevat om de aan haar toebehorende tekening te verkopen. Zij schakelde kunsthandel Luxembourg Art Ltd. (“Luxembourg”) te Londen in om voor haar een koper te vinden. Luxembourg schakelde op haar beurt de Londense kunsthandelaar Simon C. Dickinson Ltd. (“Dickinson”) in om daarbij te helpen. De verkoper had een verkoopprijs van £ 7.000.000,= in gedachte maar Luxembourg en Dickinson dachten eerder aan £ 3.000.000,=. Luxembourg onderhield het contact met de verkoper en sprak af dat zij de tekening mocht verkopen voor USD 5.500.000,= exclusief maximaal 10% commissie voor haar, derhalve in totaal circa USD 6.000.000,=.

Dickinson vond een koper die bereid was USD 7.000.000,= (ongeveer £ 3.500.000,=) te betalen voor de tekening. Hij meldde dit aan Luxembourg. Daarbij gaf Dickinson aan dat hij USD 6.000.000,= (voor het gemak £ 3.000.000,=) wilde afdragen en het restant wilde aanwenden voor zijn eigen commissie en kosten. Luxembourg ging daarmee akkoord maar had dit kennelijk niet met de verkoper besproken. Op 8 augustus 2007 verkocht Dickinson de tekening voor een bedrag van USD 7.000.000,=. USD 6.000.000,= werd door hem afgedragen aan Luxembourg en Luxembourg rekende vervolgens USD 5.500.000,= met de verkoper af. 

Na de verkoop ontstond er een probleem. De koper twijfelde aan de echtheid van de tekening en wilde van de koop af. De verkoper werd op de hoogte gesteld en zij vroeg om een kopie van de koopovereenkomst die haar nimmer ter hand was gesteld. Zij kreeg die en daaruit bleek dat de koopsom USD 7.000.000,= was geweest en niet USD 6.000.000,=.

 

De verkoper weigerde de tekening terug te nemen en maakte bezwaar tegen de commissie die Dickinson had getoucheerd. Ze meende dat de commissie van Dickinson inbegrepen was in de commissie die zij met Luxembourg had afgesproken. De verkoper wilde alsnog het surplus-bedrag ontvangen.

 

Uitspraak

De UK High Court oordeelde dat uit de stukken bleek dat Dickinson inderdaad voor de verkoper als agent was opgetreden en stelde de verkoper in het gelijk. Zij had aldus het Hof aan Luxembourg volmacht gegeven om de tekening voor het specifieke bedrag van USD 5.500.000,= exclusief maximaal 10% commissie te verkopen. Op het moment dat de werkelijk te behalen koopsom niet strookte met het bedrag waarvoor volmacht was verleend, had daarover met de verkoper afstemming moeten plaatsvinden. Dat was niet gebeurd. De rechter vond dat met de verkoper ook voorafgaand aan de verkoop overeenstemming had moeten zijn bereikt over een andere commissie afspraak dan die welke zij gemaakt had met Luxembourg, wilde Dickinson de door haar berekende commissie kunnen incasseren.

 

Daarbij overwoog de UK High Court dat er ook niet zoiets als een “bestendig gebruik” in de Londense kunsthandel bestond dat kunstvoorwerpen tegen een voor de eigenaar verborgen koopsom mag plaatsvinden. De verkoper had juist op de hoogte moet worden gesteld van elk redelijk bod. De UK High Court oordeelde een prijsafspraak met een onbekende koopsom en onbekende commissie ook onredelijk en onwettig. Dit zou slechts anders zijn indien de verkoper daarmee vooraf uitdrukkelijk akkoord was gegaan, de afspraak voldoende bepaald was, de verkoper volledig was geïnformeerd en de handelaar nadien verantwoording had afgelegd over de onbekend gebleven behaalde winst.

 

De Engelse rechter liet in zijn uitspraak doorschemeren dat hij Luxembourg in het bijzonder gebrek aan transparantie jegens de verkoper verweet. Dickinson had op basis van de afspraken die Luxembourg met de verkoper had gemaakt niet het schilderij tegen de hogere – voor verkoper onbekende - koopsom mogen verkopen, en het meerdere als commissie mogen incasseren. Aangezien de verkoop nu eenmaal had plaatsgevonden mocht de verkoper de verkoopovereenkomst wel alsnog bekrachtigen, zonder daarmee de door Dickinson berekende commissie verschuldigd te zijn. Dickinson moest de door hem behouden commissie afdragen behoudens een door de rechter vastgestelde vergoeding USD 200.000,=.  

 

Commentaar Oostwaard 

Een begrijpelijke uitspraak, ook naar Nederlands recht. De verkoper die een kunsthandelaar als tussenpersoon inschakelt om een kunstvoorwerp te verkopen heeft er recht op dat de kunsthandelaar onder duidelijk afgesproken voorwaarden werkt. Daarbij zal een duidelijke prijsafspraak en transparantie over de opbrengst mogen worden verwacht. De reden om de uitspraak alsnog te verslaan is dat de uitspraak aantoont hoe belangrijk het is dat de kunsthandelaar op duidelijke contractsvoorwaarden werkt. De wet legt bepaalde verplichtingen op aan diegene die als lasthebber een opdracht tot verkoop aanvaardt. Voor de handelaar is het van belang zich met die verplichtingen op de hoogte te stellen en te weten in hoeverre hij daarvan bij contract kan afwijken. Kennis van de regels is zeker in de relatie tot particulieren belangrijk. Particulieren (consumenten) genieten in ons recht immers bijzondere bescherming. De zaak over de Leonardo leert bovendien dat bij consignatie een mogelijk belangenconflict op de loer kan liggen. Immers, eerst moest worden uitgemaakt voor wie de kunsthandelaar nu eigenlijk was opgetreden, koper of verkoper. Dergelijk conflicten moeten nu juist voorkomen worden en ook daarom zijn duidelijke (rechtsgeldige) afspraken een noodzaak.

 

Link naar de uitspraak

 

Auteursrecht: Deze bijdrage is onderzocht, geschreven en gepubliceerd voor de Blog over Kunstrecht van Oostwaard via oostwaard.com/kunstrecht. Het auteursrecht op deze bijdrage berust bij Oostwaard. Het is, anders dan het delen of plaatsen van een link naar de bijdrage, niet toegestaan deze bijdrage (al dan niet in bewerkte vorm) te verveelvoudigen en/of openbaar te maken, behoudens schriftelijke goedkeuring door Oostwaard. Het is niet toegestaan het materiaal te gebruiken in een context waarvoor deze niet bedoeld is. De gebruiker vrijwaart Oostwaard voor eventuele aanspraken van derden naar aanleiding van gebruik van het betreffende materiaal.