Over Oostwaard » Blog Kunstrecht » Beschermd erfgoed » 'Le Porte-Étendard' / 'de Vaandeldrager' van Rembrandt van Rijn

'Le Porte-Étendard' / 'de Vaandeldrager' van Rembrandt van Rijn

Gepubliceerd op 27 mei 2019 om 18:44

Het schilderij “de Vaandeldrager” staat te koop. Rembrandt schilderde het doek in 1636. James de Rothschild kocht het in 1840 bij Christie’s en heeft sindsdien Frankrijk als vaste verblijfplaats. Het schilderij had Nederland al in de 18e eeuw, of misschien wel eerder, verlaten.  

 

De erfgenamen van Élie de Rothschild, die in 2007 is overleden, gaan het van de hand doen. De Franse minister van cultuur heeft de afgifte van een exportvergunning vooralsnog geweigerd. 

 

Voor verkoop van kunstvoorwerpen naar het buitenland is het belangrijk om deze kunstvoorwerpen te kunnen exporteren. Kopers en verkopers verschillen vaak van nationaliteit en land. Is export niet mogelijk dan bemoeilijkt dat de verkoopmogelijkheden. Voor export naar landen buiten de Europese Unie is vaak een vergunning vereist. De vergunning wordt afgegeven door het land waar een kunstvoorwerp haar vaste verblijfplaats heeft. De afgifte van een vergunning kan onder meer worden geweigerd vanwege nationale, artistieke of historische gronden. Binnen de Europese Unie is het anders. De unie hanteert een vrij verkeer van goederen, waaronder ook kunstvoorwerpen vallen. De lidstaten kunnen wel exportbeperkingen stellen op grond van motieven van nationale, artistieke of historische motieven. De beperking mag echter niet tot willekeurige discriminatie of handelsbeperking leiden.


Frankrijk (en ook het Verenigd Koninkrijk) eist dat voor de uitvoer van diverse categorieën kunstvoorwerpen naar andere landen binnen de Europese Unie eveneens een exportvergunning wordt verkregen. Is er sprake van een “trésor national” of “national treasure” dan kan de afgifte van een vergunning worden geweigerd of opgeschort. De geschiedenis van het werk of artistiek niveau, het esthetisch oogpunt dan wel (kunst)historisch oogpunt zijn daarvoor van belang.

Frankrijk heeft de beslissing op de aanvraag tot afgifte van een exportvergunning voor de Vaandeldrager opgeschort. De Franse minister van cultuur, Franck Riester, heeft op 9 april 2019 het standpunt ingenomen dat de Vaandeldrager een “trésor national” is. Het gevolg hiervan is dat er gezocht moet worden naar fondsen waarmee een aanbod tot aankoop van de Vaandeldrager ten behoeve van het Frans nationaal erfgoed mogelijk wordt. Het Franse mecenaat moet in de buidel gaan tasten. Het bedrag is onbekend gehouden maar moet voldoen aan de prijsvorming op de internationale markt. Lukt het niet om binnen een termijn van 30 maanden een koopaanbod te kunnen doen, dan zal er voor de Vaandeldrager alsnog een exportvergunning moeten worden afgegeven.

In december 2018 deed zich in het Verenigd Koninkrijk eveneens een dergelijke opschorting van de afgifte van een exportvergunning voor. De Britse minister van kunsten, Michael Ellis, vaardigde een exportverbod uit voor een bij Christie’s Londen geveild werk van de hand van Lucas van Leyden (Leiden 1493- Leiden 1533). Lucas van Leyden is een wereldberoemde kunstenaar vanwege zijn tekeningen. Het werk werd verkocht door een van de oudste kostscholen in Engeland en de minister beschouwt de tekening als een Brits “national treasure”. Ook hier geldt een termijn waarbinnen een koopaanbod op het werk kan worden gedaan ten behoeve van het Verenigd Koninkrijk. Dit koopaanbod is een adviesprijs, vastgesteld door de "Reviewing Committee on the Export of Works of Art and Objects of Cultural Interest". Vindt geen aankoop plaats dan zal de Lucas van Leyden het land kunnen verlaten. Net als in Frankrijk, hoeft de eigenaar niet te verkopen indien de prijs hem niet aanstaat. De keerzijde is dan wel dat hij ook niet kan exporteren.


Nederland

Nederland kent geen exportvergunningsverplichting voor uitvoer van kunstvoorwerpen naar de landen binnen de Europese Unie. Wel, als gezegd, voor export buiten de Europese Unie. Nederland kent wel een aanwijzingsbeleid. De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (“OCW”) kan kunstvoorwerpen kwalificeren als beschermd cultuurgoed. Dreigt een kunstvoorwerp naar het buitenland te vertrekken maar behoort het als beschermd cultuurgoed te worden aangemerkt dan kan een spoedaanwijzing volgen.

Heeft een kunstvoorwerp in Nederland de kwalificatie van beschermd cultuurgoed, dan gelden er beschikkingsbeperkingen ten laste van de particuliere eigenaar. Deze beperkingen zijn vergelijkbaar met die in Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Zo kan de particuliere eigenaar het, als beschermd cultuurgoed aangewezen kunstwerk, niet zonder meer verkopen of exporteren, ook niet binnen de EU. (Voor goederen bij de overheid, musea en publieke collecties gelden stringentere eisen waarop in het kader van deze bijdrage niet wordt ingegaan).

De minister van OCW, of beter, de daarvoor aangewezen inspecteur moet van een dergelijk voornemen in kennis worden gesteld. Die kan dan zijn bedenkingen uiten, waarna er een procedure in werking treedt waarin potentiële kopers zich kunnen melden opdat het kunstvoorwerp voor Nederland behouden blijft. Zijn er geen gegadigden dan treedt de Staat der Nederlanden als gegadigde op. De prijs wordt, wanneer partijen er onderling niet uitkomen, door de rechter vastgesteld. Vindt de Staat de prijs te hoog dan kan hij zich terugtrekken. Het kunstvoorwerp kan dan alsnog naar het buitenland worden geëxporteerd. Vindt de eigenaar de prijs te laag dan kan hij het kunstvoorwerp houden, maar zal niet mogen exporteren.

De in Nederland geldende criteria om een kunstvoorwerp de status te geven van beschermd cultuurgoed zijn “onvervangbaarheid” en “onmisbaarheid”. Het criterium is dus niet of het kunstvoorwerp eigenlijk te mooi is om het te laten gaan of dat het toch wel een groot verlies zou zijn indien het kunstvoorwerp niet in een Nederlands museum terecht zou komen. Nederland gaat terughoudend om met de aanwijzingsbevoegdheid. Het lijkt erop dat de lat in Nederland wat hoger ligt dan in Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk om een kunstvoorwerp aan te wijzen als beschermd cultuurgoed. Van Rembrandt is het portret van Jan Six op de lijst van beschermde cultuurgoederen geplaatst. De motivering is: 
 

“Het fraaiste voorbeeld van Rembrandts portretkunst. In de jaren 1650-55 bereikte Rembrandts portretkunst een hoogtepunt. Hij vervaardigde een aantal geëtste en geschilderde portretten, waarvan dit portret uitblinkt door zijn bijzondere ingetogenheid en verbluffende vrijheid van techniek. Het portret is sinds het ontstaan in de familie gebleven. In de periode, dat dit portret ontstond, bestond er een vriendschappelijke band tussen Rembrandt en Jan Six. Op grond van zijn artistieke conceptie en de uitvoering daarvan geldt Rembrandt (1606-1669) als de grootste Nederlandse schilder.”


Dus een schilderij dat, binnen het oeuvre van Rembrandt, zelf ook uitzonderlijk is. De criteria “onmisbaar en onvervangbaar” brengen met zich mee dat er niet veel kunstwerken in aanmerking komen voor aanwijzing als beschermd cultuurgoed. Dat wordt niet altijd onderkend.

Eind 2018 was er commotie over de verkoop van een tekening van Peter Paul Rubens door prinses Christina van Oranje-Nassau. Zij veilde de tekening bij Sotheby’s in New York. In Nederland vond men dat die tekening eigenlijk in een Nederlands museum thuishoorde, onder meer omdat het uit de kunstverzameling van koning Willem II kwam. De vraag rees of prinses Christina wel gerechtigd was om het werk te veilen in New York. Er werd van overheidswege terecht geantwoord dat het particulier eigendom betrof, dus een privékwestie van de prinses. Het werk was immers, toen het nog in Nederland verbleef, niet aangewezen als beschermd cultuurgoed. Maar zelfs als de tekening nog wel in Nederland was geweest, is het maar de vraag of het werk wel in aanmerking zou zijn gekomen om als beschermd cultuurgoed te worden aangewezen, bij gebrek aan het voldoen aan de eisen van onmisbaarheid en onvervangbaarheid.

De terughoudende opstelling bij de uitvoering van het aanwijzingsbeleid is reden voor de minister van Engelshoven om een commissie in te stellen. Deze commissie, onder leiding van Alexander Pechtold, zal de uitvoering van dit beleid moeten evalueren. Het is afwachten wat daarvan de uitkomst zal zijn. Daarnaast heeft de minister de commissie de opdracht gegeven ook de wijze van beleidsvoering van andere landen ten aanzien van de aanwijzing van kunstvoorwerpen als beschermd cultuurgoed in haar evaluatie te betrekken.

 

Commentaar Oostwaard

Bij koop/verkoop van kunstvoorwerpen is het zaak om tijdig te onderzoeken of er een exportvergunning moet worden verkregen en of er belemmeringen zijn te verwachten. Is een kunstvoorwerp zo bijzonder dat het de status van beschermd cultuurgoed krijgt dan wordt de particuliere eigenaar geconfronteerd met een kooppreferentie ten behoeve van het land van de vaste verblijfplaats van het kunstwerk. De kooppreferentie valt vanuit nationaal oogpunt te begrijpen, zolang de prijs marktconform is, rekening houdend met de internationale maatstaven.

Een eigenaar behoort snel duidelijkheid te kunnen krijgen of hij met het land van oorsprong tot zaken kan komen. Behoort aankoop niet tot de mogelijkheden dan moet hij met kopers in het buitenland zaken kunnen doen. De snelheid van het proces: het vinden van gegadigden, de vaststelling van de prijs en de eventuele discussie dan wel disputen zijn een punt van zorg. Dat de eigenaar niet altijd de gewenste hoofdprijs zal ontvangen is voorstelbaar. Maar hij kan ervoor opteren om niet te verkopen. Voorkomen moet evenwel worden dat werken besmet raken en moeilijk verkoopbaar raken bijvoorbeeld omdat de Staat zich vanwege de hoogte van de vastgestelde prijs alsnog terugtrekt.


Tot slot
Voor wat betreft "de Vaandeldrager" is het afwachten of hij Frankrijk uit marcheert, wellicht en hopelijk richting Nederland. Het mecenaat in Frankrijk moet al de buidel trekken voor de restauratie van de Notre Dame. En de vraag is of Frankrijk wel behoefte om na de verwerving van Rembrandt's Maerten en Oopjen nogmaals te investeren in een schilderij van Nederlands grootste schilder die, naar het schijnt, tijdens zijn leven Frankrijk nimmer heeft bezocht.

 

Auteursrecht: Deze bijdrage is onderzocht, geschreven en gepubliceerd voor de Blog over Kunstrecht van Oostwaard via oostwaard.com/kunstrecht. Het auteursrecht op deze bijdrage berust bij Oostwaard. Het is, anders dan het delen of plaatsen van een link naar de bijdrage, niet toegestaan deze bijdrage (al dan niet in bewerkte vorm) te verveelvoudigen en/of openbaar te maken, behoudens schriftelijke goedkeuring door Oostwaard. Het is niet toegestaan het materiaal te gebruiken in een context waarvoor deze niet bedoeld is. De gebruiker vrijwaart Oostwaard voor eventuele aanspraken van derden naar aanleiding van gebruik van het betreffende materiaal.

 

27 mei 2019